De schuldcultuur die over jagers wordt geworpen, is naast hypocriet ook selectief

By   12 oktober 2014

Dissidentie mag ook. Onder die vlag vaart Hugo Camps elke vrijdag.

De mij zeer dierbare cabaretier Geert Hoste maakt zich boos over een jachtpartij van koning Filip. Geert vindt dat het staatshoofd beter peren kan gaan plukken dan everzwijnen afknallen.

Riskant voorstel, als het niet bij laagstam blijft.

Het jachtseizoen is begonnen en samen met de patrijzen en fazanten komen ook de dierenvrienden naar buiten. Jonglerend met stigma’s en bezweringen. Schuimbekkend ook.

Voor de jager, de restaurateur, de wildliefhebber is alleen de galg goed genoeg. Branden in een afgebluste marinade kan ook. Dierenvrienden hebben vaker folterpraktijken in gedachten als het over de mens gaat.

Ik ben geen jager, heb geen ‘vrienden van de jacht’, durf nog geen mus vast te houden. Alles wat fladdert, maakt me bang. Met laarzen door drassige maisvelden lopen, vind ik totaal zinloos. Schieten kan ik ook niet. Jagerslatijn? Mij geheel onbekend. “De jager is mijn vriend”, naar analogie met de politie, zal nooit mijn mantra zijn. Maar mijn respect heeft hij wel, en ook iets van dankbaarheid.

Alle dierenleed is verwerpelijk, maar niet alle leed is even ondraaglijk. Bij het schieten van patrijzen en fazanten, van reeën en herten gaat het niet om onverdoofd slachten. Met een welgemikt schot zijn ze meestal van de wereld. Jagers zijn geen sadisten, zelf eerder sentimenteel geroerd als ze een haas zien lopen. Zoals ook de chef-kok het liefst mee met de patrijs de oven ingaat.

Zelfs uitgezette fazanten hebben een mooi leven gehad. Tenminste als ze de tijd hebben gekregen om wild te worden. Ze scharrelen er op los en worden niet geteisterd door poedeldrift van de beschaving. Vrije beesten.

Jagers hebben het evangelische geneuzel over wildbeheer niet nodig. Zij weten wel wat kan worden afgeschoten en wat niet. Een beetje jager denkt er niet aan zijn geweer te richten op dragend wild. Hij ademt de logica van de natuur.

Limousinekoeien in de wei die van de opgespoten hormonen niet meer weten of ze van voren of van achteren leven, zijn een treuriger lot bestorven. Op genade van de Boerenbond hoeven ze ook niet te rekenen.

De schuldcultuur die over jagers wordt geworpen, is naast hypocriet ook selectief. En daarom ondeugdelijk als morele standaard. Herfst zou herfst niet zijn zonder een fazantje met witlof in het bord. Als dat een misdaad is, wil ik mijn leven graag als crimineel eindigen.

Weerbarstiger word ik wanneer de jacht, zoals golf, in het teken van netwerken staat. Een hert hoort te sterven voor het plezier van de jager, niet voor een verbeterd contract van dakpannen tussen cementboeren. De jacht moet serieus worden genomen, zoals alles op de grens van leven en dood.

Ik buig mee voor de Werelddierendag, maar weiger de jager zijn noblesse te ontzeggen. En ik laat me het patrijsje niet uit de mond ranselen door dierenvrienden die geen krimp geven als Gaza wordt gebombardeerd, maar in alle staten van verontwaardiging zijn als een ziek wild zwijn wordt neergelegd.

Peren at ik toch al niet.

Door: Hugo Camps
Bron: De Morgen

Brief Euro-Toques aan fractievoorzitters inzake wetsvoorstel

By   12 oktober 2014

Zaltbommel, 24 september 2014

Geachte fractievoorzitters,
Geachte leden van de vaste commissie voor Economische Zaken,

Jonnie Boer, Joop Braakhekke, Paul Fagel, Robert Kranenborg en 200 andere chef-koks en restaurateurs van restaurantvereniging Euro-Toques Nederland sturen u deze brandbrief. Wij maken ons ernstig zorgen over de verregaande bureaucratisering in het wetsvoorstel dat er nu ligt en roepen u op ons niet te dwingen straks haas, houtduif, konijn, fazant en wilde eend uit het buitenland te importeren.

Morgen heeft de vaste commissie voor Economische Zaken een rondetafelgesprek over het voorstel voor de nieuwe Wet Natuurbescherming. Eén van de onderwerpen die wordt besproken is het oogsten uit de natuur van wildsoorten, zoals jagers dit al sinds jaar en dag doen. Omdat de ruim 100 restaurants, die aangesloten zijn bij onze restaurantvereniging direct geraakt worden door uw besluit, vraagt restaurantvereniging Euro-Toques Nederland u dringend om het duurzaam oogsten uit de natuur niet verder aan banden te leggen, maar te koesteren. Te koesteren, omdat het past binnen alle trends richting duurzaamheid en voedselbewustzijn die wij in onze restaurants waarnemen.

Wij geven al geruime tijd invulling aan de groeiende vraag van gasten naar duurzaam, lokaal en puur voedsel, naar voedsel met een regionaal verhaal, naar voedsel waarvan de gast 100% zeker weet dat het dier een goed leven heeft gehad. Deze werkwijze is opgenomen in de Code van Eer, die Euro-Toques Nederland hanteert en waar alle leden aan moeten voldoen. Dit betekent dat onze leden werken met streek- en seizoensgebonden producten en zoveel mogelijk producten betrekken van lokale leveranciers. Vanuit dit principe werken onze leden al jaren graag samen met lokale jagers.

Jonnie Boer, chef-kok van Restaurant De Librije zegt hierover: ‘Het kan niet zo zijn, dat wij straks gedwongen zijn om uitsluitend haas of wilde eend uit het buitenland aan onze gasten aan te bieden. Wild van Nederlandse bodem is geschoten door deskundige jagers in onze eigen woon- en werkomgeving en vormt daarmee een prachtig product dat prima past in een duurzame voedselketen. Dat moet je dus niet aan banden willen leggen, laat staan verbieden. Dat moet je koesteren.’

Het huidige wetsvoorstel betekent een einde aan deze vorm van duurzaam oogsten uit ons landschap. Dit staat niet alleen haaks op maatschappelijke trends en de publieke opinie over jagen, maar ook op de beleidslijn van ministerie en kabinet waarin u zegt zich hard te maken voor een duurzame voedselketen.
Daarom ons dringende advies: houd de wildlijst in ere en schrap de bureaucratie die aan het huidig wetsvoorstel ten grondslag ligt. Met als resultaat dat wij wilde eend, fazant, houtduif, haas en konijn van Nederlandse bodem kunnen blijven bereiden en onze ruim 6 miljoen gasten per jaar daarvan kunnen blijven genieten. Samen blijven wij graag het duurzame verhaal van ons voedsel vertellen.

Met vriendelijke groet,
T.L.P. Janssen M.A., MSc., CMC
Voorzitter Euro-Toques Nederland

Afschot wilde zwijnen in Limburg heeft niets met jacht te maken

By   18 september 2014

Afschot wilde zwijnen in Limburg heeft niets met jacht te maken

Jacht is het op verstandige wijze oogsten uit en beheren van de natuur. Het recente afschieten van een aantal wilde zwijnen in Limburg nadat zij door de brandweer uit de Zuid-Willemsvaart waren gehaald, stuit dan ook iedere rechtgeaarde jager tegen de borst.

De wilde zwijnen zijn afgeschoten door een Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) omdat de zwijnen buiten hun leefgebied, het Meinweggebied, dreigden te komen. Het in Nederland geldende beleid is dat er buiten de aangewezen gebieden waar zwijnen mogen voorkomen, zoals de Veluwe en het Meinweggebied, een zogenaamde nuloptie geldt. Dit betekent dat als zich daar toch zwijnen bevinden, deze moeten worden afgeschoten.

Het afschieten van de zwijnen is dus het directe gevolg van het gevoerde beleid, door overheid en provincies opgesteld in samenspraak met grote terrein beherende organisaties (TBOs) als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Woordvoerders van deze organisaties struikelen nu over elkaar om te vertellen dat men dit toch echt niet zo gewild heeft. Anti-jacht groeperingen grijpen het voorval dankbaar aan om aan te tonen dat de jagers er een potje van maken. De betrokken organisaties verklaren deze week opportunistisch dat het – nota bene door henzelf mede ontwikkelde en ondersteunde – beleid niet deugt en het anders moet. Daarmee wordt bevestigd dat deze TBOs zich laten leiden door symboolpolitiek en valse sentimenten. Dezelfde organisaties schieten op de gebieden in hun eigendom duizenden dieren per jaar af. Omdat dit zo min mogelijk bekend moet worden, blijven al deze geschoten dieren in het veld achter. Vele tonnen gezond, duurzaam scharrelvlees laat men zo jaarlijks verrotten.

Stichting Wise Use vindt dat het hanteren van gedooggebieden en gebieden met een nuloptie onzinnig en onwerkbaar is. Het resulteert in starre regelgeving en evenzo starre handhavers van die regels. Het leidt tot een koude, afstandelijke en respectloze omgang met de natuur. Zo kunnen situaties ontstaan als met de “zwemmende zwijnen”, waarbij een beheerder uitsluitend mag optreden als uitvoerder van een door verkeerde uitgangspunten en overreguleringsdrift ontstaan beleid, zonder eigen verantwoordelijkheid.

Jacht is onlosmakelijk verbonden met liefde voor de natuur en respect voor het dier als individu en als soort. Het afschieten van de zwijnen in Limburg heeft daarom niets met jacht te maken. Jagers in Nederland kennen een hoge mate van professionaliteit. Zij jagen met de regels van de weidelijkheid. Eerlijkheid, respect en veiligheid zijn daarbij kernbegrippen. Deze begrippen zijn bij de koude vorm van beheer die organisaties als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer voorstaan ver te zoeken.

Jacht en natuurbeheer zijn daarom essentieel voor een mooie en diverse natuur in Nederland. De krampachtige pogingen om beheer en jacht van elkaar te scheiden zijn heilloos. Als gebruik wordt gemaakt van de grote kennis, passie en verantwoordelijkheid van de Nederlandse jager zullen situaties als met de zwemmende zwijnen zich niet meer voordoen. Wij nodigen de betrokken partijen uit om gezamenlijk een beleid te ontwikkelen waarbij jacht en beheer één zijn. Zo kunnen we de natuur en al het moois dat zij te bieden heeft op de beste wijze verzorgen en benutten.
 
Stichting Wise Use, 18 september 2014 www.wiseuse.org

‘Noem me gerust plezierjager, want ik jaag met plezier’

By   8 augustus 2014

Bron: Trouw 26-07-2014

Nieuwe regels voor jagers zijn het resultaat van jarenlange beïnvloeding door belangenclubs

Aan de rand van het dorpje Westzaan, vlak boven Amsterdam, staat Michiel Schulte (45). Hagelgeweer over de schouder, de blik gericht over het weiland aan zijn voeten. De boer heeft hem gevraagd ganzen te schieten. Ze eten zijn gras op en zijn gevaarlijk voor vliegtuigen.

“Wat ik doe is oogsten uit de natuur. De ganzen gaan mee naar huis. Ik schiet liever zelf mijn eten uit de lucht, dan dat ik het uit het schap in de supermarkt haal.” Schulte heeft moeite met het dier ‘als productiemiddel’. Deze jager maakt zelf paté van zijn buit. “Ik houd van de natuur en van dieren.”

Natuurlijk kent Schulte de gevoeligheden rond de jacht. Een passant riep hem ooit toe: ‘Zal ik jóu eens even neerschieten?’ Hij antwoordde: ‘Jammer dat u er zo over denkt, maar ik houd me aan alle regels’.

Die regels gaan veranderen. Staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA, economische zaken) perkt de jacht in. Er is een wildlijst met vijf diersoorten die in principe ‘vrij bejaagbaar’ zijn: eend, fazant, houtduif, haas, konijn.

Dijksma wil dat jagers voordat ze het veld intrekken zogeheten ‘afschotplannen’ indienen bij de provincie. Daar moet onder andere in staan van welke diersoorten hoeveel exemplaren geschoten mogen worden. Goedkeuring van de provincie is vereist. Volgens de staatssecretaris ontstaat op deze manier een ‘duurzame jacht’.

Aan dit besluit gaat een jarenlange discussie vooraf, deels verborgen voor het grote publiek. Een moeizaam proces, met sterk lobbyende belangenorganisaties.

Damhert en gans

Het was CDA’er Henk Bleker die in 2010, als staatssecretaris van economische zaken, de jacht weer op de agenda zette. Hij werkte aan een nieuwe Natuurwet, waar de Flora- en Faunawet in zou opgaan. Bleker wilde de lijst met vrij bejaagbare diersoorten fors uitbreiden naar twaalf, met bijvoorbeeld damhert, wild zwijn, ree, kolgans, grauwe gans en smient.

Het ministerie van economische zaken nodigde belangenclubs, zoals de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging (KNJV), Land- en Tuinbouw Organisatie LTO, werkgeversorganisatie VNO-NCW en de Dierenbescherming, ter consultatie uit voor diverse bijeenkomsten. De emoties liepen volgens betrokkenen soms hoog op. Uiteindelijk haalde Bleker de smient van de wildlijst, dankzij sterk lobbywerk.

Op de bureaus van Bleker en de Kamerleden waren inmiddels stapels boze brieven van natuurorganisaties ontstaan. Op internet verscheen de petitie ‘Laat de dieren niet schieten!’ Het sloeg aan. De Tweede Kamer eiste dat ook de gans zou worden geschrapt als vrij bejaagbaar dier.

Toen viel het kabinet nog voordat de wet door beide Kamers kon worden behandeld. Zo bleef de wildlijst intact.

Dijksma staat nu voor de taak de nieuwe Natuurwet door het parlement te loodsen, inclusief het onderdeel ‘jacht’. Alles bij het oude laten is geen optie. Een jaar geleden presenteerden D66 en GroenLinks samen met Dijksma’s eigen PvdA de initiatiefnota ‘Mooi Nederland’, met voorstellen voor een beter beschermde natuur. Daarin staat ook: ‘Jacht is geen sport. De wildlijst wordt afgeschaft’.

Die nota stelt Dijksma voor een dilemma. Met de PvdA is in principe een Kamermeerderheid tegenstander van vrij bejaagbare soorten. Dit tot schrik van coalitiepartij VVD. En vooral van de Nederlandse jagersvereniging. De lobby kwam op gang.

Directeur geschorst

Niet lang na de presentatie van ‘Mooi Nederland’ ontvingen Lutz Jacobi (PvdA) en Stientje van Veldhoven (D66) een uitnodiging voor een jachtintroductie. 13 augustus 2013 wordt de Kamerleden bij Wildbeheereenheid ‘De Eem’ in Soest uitgelegd hoe verantwoord jagers met natuur omgaan. Dat ze transparant werken. Dat er een erecode is. En dat jagers niet het veld ingaan om op alles te schieten wat beweegt.

De directeur van de jagersvereniging die Jacobi en Van Veldhoven rondleidt, werd overigens begin dit jaar geschorst omdat hij bij de ganzenjacht een lokfluit gebruikte, wat op die plek niet mocht. De KNJV vindt het ‘een ongelukkig incident’. Er is inmiddels een nieuwe directeur.

Lutz Jacobi zegt dat het voorval het imago van de jagersvereniging geen goed heeft gedaan. Maar ze benadrukt dat ze niet per definitie tegen de jacht is. “Als het nodig is om het evenwicht in de natuur te herstellen, begrijp ik het. Het moet een ultiem middel zijn.”

Het probleem is, zegt het PvdA-Kamerlid, dat er schieters rondlopen. “Dat zijn mensen met jachtvergunning die een boswachter opbellen en zeggen: ‘ik kom over twee weken langs met wat vrienden. Zorg jij voor een goede populatie fazanten’. Die mensen zijn er echt!”

Jacobi hoopt dat het plan dat Dijksma hier een einde aan maakt. “Ik wil de discussie niet verder polariseren.”

Daarmee lijkt de kwestie beslecht, hoewel Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren zich er niet bij neerlegt. De jagerslobby heeft alles gedaan om de politiek te bewerken, zegt de fractievoorzitter. “In 2006 kwam ik in de Tweede Kamer. Een portier liep naar me toe: ‘goed dat jullie er zijn. Er komen hier met grote regelmaat mensen van de jagersvereniging over de vloer’. Het geeft aan hoe sterk die lobby is, al jarenlang.”

Thieme heeft er vooral moeite mee dat jagers zich voordoen als natuurbeschermers, maar dat volgens haar niet zijn. “Ze kennen maar één middel: het geweer. Waarom worden er bijvoorbeeld geen wildroosters geplaatst om bepaalde dieren weg te houden? Nee, er moet geschoten worden. Waanzin.”

Volgens Thieme is de jacht te veel een sociaal gebeuren, een gelegenheid waar mensen zaken kunnen doen. Golfen met geweer, noemt ze het. “Alleen al om die reden zullen de werkgevers de jacht willen behouden. Die lobby is heftig. Dijksma heeft nu de kool en de geit willen sparen.”

Afgaande op de reacties, klopt dat. LTO mort een beetje. De jagersvereniging is gematigd tevreden, wetende dat het schrappen van de wildlijst in de lucht hing. PvdA steunt het plan van Dijksma, coalitiegenoot VVD heeft ook begrip. Wellicht dat de partij straks in het Kamerdebat zal pleiten voor uitbreiding van de wildlijst, zegt VVD’er Rudmer Heerema.

Het resultaat: bureaucratie

Terug naar Westzaan, naar Michiel Schulte. “Je mag me gerust een plezierjager noemen, want ik jaag met plezier”, zegt hij. Schulte benadrukt dat jagers wel degelijk verantwoord te werk gaan, ‘wellicht een enkeling uitgezonderd’. “Wij houden nu al voor onszelf bij wat we bejagen. Dat leggen we minutieus in computersystemen vast. Je denkt toch niet dat we een heel veld met fazanten leegschieten? Dan kunnen we daar later niet meer oogsten.” Schulte verwacht ook niet dat het voorstel van Dijksma in de praktijk voor hem veel verandert. “We gaan al planmatig te werk. Wat er wel bijkomt, is nog meer papierwerk. En we zuchten al onder de administratieve lasten.”

Dat is het nettoresultaat van vier jaar gelobby. Het is wachten op een nieuwe bewindspersoon die de discussie opnieuw durft aan te zwengelen.

Je bent jong en je wild wat

By   7 augustus 2014

Bron: NRC Next 22-07-2014

Iedereen kan een jachtakte halen, maar als dat papiertje eenmaal binnen is, wordt het nog moeilijk om ook echt als jager aan de slag te gaan. Vrouwen hebben als vreemde eend in de bijt vaak een voordeel.

Grijs, bruin en groen voeren de boventoon bij de schietbaan in Weert. Zo’n veertig jagers, vooral wat oudere heren – boskleurige broeken, een indrukwekkende variatie aan ruitjespatronen – luisteren wat afgeleid naar een betoog over de geschiedenis van reeën in Nederland. De avond is bedoeld om jonge jagers met de oude garde in contact te brengen. Een gemoedelijke netwerkavond was het plan, maar vijf minuten geleden laaide de discussie op. ‘Wij kunnen te weinig op jacht’, is de klacht van de jonge jagers.

Want jachtakte of niet, om daadwerkelijk te kunnen jagen, hebben de jongeren de oudere jagers nodig om ervaring op te doen. Zomaar een veld inlopen om op eigen houtje eens een konijn of eend te schieten, gaat ook met je papiertje op zak niet. De jachtterreinen zijn in Nederland verdeeld en komen maar zelden vrij. Om in andermans veld te mogen schieten, moet je een uitnodiging hebben van degene die het jachtveld, vaak boerenland, beheert. En daar wringt de schoen; de oudere jagers nodigen vooral elkaar uit. Jongeren komen er maar moeilijk tussen.

Drie jaar wachten

“Sommigen lukt het meteen om uitnodigingen te krijgen, maar anderen zitten drie jaar te wachten zonder dat de telefoon gaat. Dan gooien ze het bijltje erbij neer”, zegt Reinier Enzerink, zelf vier jaar in het bezit van een jachtakte. “Je moet echt laten zien dat je het wil. Dat je nieuwsgierig bent, wil leren. Mensen die gaan jagen om op een zaterdag eens wat te kunnen schieten, kunnen het wel schudden.”
Een jager ben je niet zomaar, zegt Enzerink (29). “Het is geen hobby, het zit in je bloed. Jagers zijn meer dan mensen die alleen een trekker overhalen. Wij zijn geen bezoeker in de natuur, zoals een wandelaar of een natuurfotograaf, maar onderdeel van het landschap.”

Werkt het in je nadeel als je niet uit een jagersfamilie komt, of als je in de stad bent opgegroeid? “Dan rol je er minder makkelijk in”, antwoordt Enzerink. “Je moet iets met de natuur hebben, en met boeren. En je moet schieten op een tweede plan kunnen zetten. Je bent in de eerste plaats onderdeel van het landschap. Daarvoor moet je als nieuweling een stap terug willen zetten en laten zien dat je wil leren. Dan word je uitgenodigd.”

Piepjong voor jagersbegrippen

Maar zelfs als je de jagersmores al kent, is het moeilijk om helemaal opgenomen te worden in de jagersgemeenschap, weet Christiaan van Daalen (33), de organisator van de avond. Als klein jongetje ging hij al met zijn vader mee. Op zijn eenentwintigste haalde hij zijn jachtakte, piepjong voor jagersbegrippen. Nu, na ruim een decennium geoefend te hebben, droomt hij van een eigen jachtveld. Maar een terrein waar je zelf kan bepalen wanneer je jaagt en welke dieren je kan schieten, waar je zelf de verantwoordelijkheid voor draagt, dat zit er nog niet in. Nog steeds is hij afhankelijk van de uitnodigingen van anderen om op jacht te kunnen. Die krijgt hij genoeg, zegt hij. “Maar op den duur wil ik ook wel eens zelf het beleid kunnen uitvoeren.”

Van Daalen organiseert namens de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging (KNJV) regelmatig avonden waarin de jonge generatie de oude kan leren kennen. Dat is onderdeel van het landelijk beleid om het bestand jagers op tijd te verjongen. “Wij jongeren vinden het heel normaal dat contact maken makkelijk gaat. Dat is voor de oudere generatie anders. Die moet je echt ontmoeten. Het gaat om de koppeling tussen jong en oud. Soms blijft het bij één keer, net als bij een echte date, soms word je later meegevraagd.”

De soms weinig verwelkomende houding door oude jagers naar jongeren is ingegeven voor een oud gevoel van wantrouwen, denkt Enzerink. “Even gechargeerd: de oudere generatie die nu op de jachtvelden zit, wil niet alleen publiek eruit houden, maar ook jonge jagers. Dat is een barrière om aan het jagen te komen. Zij hebben de jaren tachtig en negentig meegemaakt, toen jagen not done was. Het heeft die generatie verkrampt, verbitterd en conservatief gemaakt.”

Jonge vrouwen geen probleem

Er is een kleine groep jonge jagers die er juist helemaal geen moeite mee heeft om uitnodigingen te krijgen: jagende vrouwen. “Wij hebben al meerdere uitnodigingen om ons eerste bokje te komen schieten”, zegt de 24-jarige Jenny Verheijen. Zij heeft net de dag ervoor samen met haar zus Anniek (28) haar jachtakte gehaald. Slechts 9 procent van de mensen met een akte is vrouw. “Je valt gewoon op, ook omdat we zussen zijn. Dat onthouden mensen gewoon.”
Het helpt ook dat de zusjes opgegroeid zijn in een jagersfamilie. Hun vader introduceerde ze in de jagersgebruiken. Anniek Verheijen: “We zijn al een stuk of dertig keer mee geweest als drijvers. Alleen onze moeder jaagt niet, maar die kan het vlees dan weer heel goed klaarmaken.”

Het is geen traditionele mannencultuur meer, beaamt Marion Verberne (43). Zeven jaar geleden schoot zij haar eerste dier, een fazant. “Van de oude generatie wordt wel eens gezegd dat ze eerder hun auto, huis en vrouw opgeven dan hun jachtveld. Mannen die zonder hun vrouw hun eigen hobby hebben.” Verberne jaagt met haar vriend. “Niks leukers dan samen op vos of fazant jagen.” Maar ze kijkt wel uit om met een vreemde mannelijke jager het bos in te gaan. “Het is me een keer overkomen dat die man zich verbeeldde dat hij wel wat meer mocht dan alleen op dieren jagen. Die werd handtastelijk. En natuurlijk grapjes als ‘kom jij maar eens bij mij op de hoogzit, meiske’. Daar moet je wel tegen kunnen. Wat dat betreft is het dan wel weer wat ouderwets.”

Europese verkiezingen, Jager, Platteland

By   22 mei 2014

Op 22 mei a.s. zijn er verkiezingen voor het Europese Parlement, een parlement
waarvoor gezien de verwachte lage opkomst, weinig belangstelling voor is.
Voor jagers en gebruikers van het platteland een extra kans om vertegenwoordigers te kiezen die belangen van jacht en platteland willen behartigen. Hier zal de keuze voor de persoon belangrijker zijn dan de partijkeuze.
Iedereen zal een voorkeur voor een politieke partij hebben, maar zoek en stem dan wel op iemand die genoemde belangen behartigen wil en deze kan en dúrft te verdedigen.
Politici beloven in verkiezingstijd álles, maar daarna zijn die beloftes vaak snel vergeten.
Annie Schreijer Pierik is in haar twaalf jaar in de Tweede Kamer steeds voor het platteland én de jacht opgekomen. Zij is door het CDA gevraagd om als lijstduwer op de kieslijst te willen staan en zij heeft daar in toegestemd.
Máár, met dien verstande dat bij voldoende voorkeurstemmen zij haar zetel ook zal opeisen.

En hier liggen kansen voor de jacht. Als er in Brussel een aanspreekpunt is waar jagers buiten de landelijke politiek en ambtenaren om, met hun vragen terecht kunnen geeft dat ongekende mogelijkheden.
Annie Schreijer is zelf boerin, haar man is jager, en zij heeft in de afgelopen twaalf jaar landelijke politiek, de gevaren van de politieke slangenkuil leren kennen. Zij heeft ook bewezen het lef te hebben buiten de partij om haar mond open te doen.
Is de CDA niet uw partij, deze kandidaat zal dat zeker kunnen zijn.

Stemmen op 22 mei? Ja, maar heeft U in de ‘eigen’ politieke voorkeur geen duidelijke keuze, kies dan voor JACHT en PLATTELAND.

Annie Schreijer Pierik, lijst CDA, plaats 25.

foto

Trouw 11 april 2014: In de natuurvisie van Dijksma domineert de economie

By   14 april 2014

In de natuurvisie van Dijksma domineert de economie

Uit: Trouw, 11 april 2014

Analyse Het is inmiddels veertien jaar geleden dat een bewindspersoon het aandurfde een brede kabinetsvisie op natuur te presenteren, maar daar is-ie dan. Staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) hield vandaag haar Natuurvisie ten doop.

Natuur moet ruimte bieden aan economie, maar zou dat andersom niet ook moeten gelden?

Ze signaleert, en dat is niet verwonderlijk, dat er in die periode veel is veranderd, zeker de laatste vijf jaar waarin de invloed van ex-staatssecretaris Henk Bleker duidelijk voelbaar was. Bij sommigen leeft nog steeds de overtuiging dat de achteruitgang van de natuur het beste kan worden gekeerd door maatschappelijke activiteiten zoveel mogelijk uit de natuur terug te dringen, schrijft Dijksma.

Dat beleid uit het verleden heeft er volgens haar toe geleid dat natuur een sector op zichzelf is geworden, waarvan de belangen tegenover die van de landbouw, visserij en industrie kwamen te staan. Dijksma neemt daar duidelijk afstand van, en verschilt daarin niet van Bleker, die de beschermers als hindermacht zag.

Vitrine-natuur

Dijksma wil de natuur vooral met de samenleving verbinden, en als onlosmakelijk onderdeel zien van duurzame economische ontwikkelingen. Ze wenst natuur als het ware te ‘vervlechten’ met andere functies, die elkaar zo elkaar weer kunnen versterken.

Hoewel Dijksma erkent dat de natuur in Nederland nog steeds áchteruitgaat, ondanks alle kostbare maatregelen die genomen zijn, stelt ze dat er juist mínder focus nodig is om specifieke bedreigde plantjes en dieren te behouden. Ze wil af van vitrine-natuur, en werken aan robuuste netwerken die tegen een stootje kunnen. Zo wordt het natuurbeleid in haar woorden ‘bevrijd’ van overbodige detaillering en kan het meer ‘ontspannen samengaan met economische ontwikkelingen’.

Met andere woorden: natuurbeschermers moeten niet te kinderachtig doen.

Vervolgens prijst ze de samenleving die zich steeds meer om de natuur bekommert. De burgers moeten wel, omdat de rijksoverheid zich verder terugtrekt. De maatschappelijke organisaties moeten dat gat vullen, met steeds minder geld dat tegenwoordig niet langer door het Rijk, maar door de provincie wordt verstrekt.

Vrijblijvend

De staatssecretaris houdt vervolgens een pleidooi voor meer vrijheid voor ondernemers. Economische activiteiten moeten wat haar betreft ‘natuurinclusief’ worden. Bedrijven kunnen meer van de eigenschappen van natuur gebruik maken om beter en goedkoper te werken. En door met voorzorg te werken kunnen ze schade aan natuur verminderen.

Dat begrip proeft vrijblijvend. Ze noemt de tuinbouw als voorbeeld waarin insecten als plaagbestrijders worden ingezet. En een melkveehouder die door natuurlijk beheer veel weidevogels aantrekt. In de Natuurvisie is het vooral de natuur die meer ruimte moet bieden aan de economie.

Het is jammer dat ze vanuit het departement van Economische Zaken waarvan zij staatssecretaris is, de wederkerigheid niet benoemt. Zou economie ook ruimte moeten bieden aan natuur? Als voorbeeld zou ze de agrarische sector kunnen noemen, die voor een groot deel verantwoordelijk is voor de teruggang van soorten. Nieuw beleid op dit punt zou haar visie spannender hebben gemaakt.

Een goede omgang met natuur is volgens Dijksma niet een plicht die door de autoriteiten wordt opgelegd, maar meer een kwestie van welbegrepen eigenbelang. De ervaringen met deregulering laten het tegengestelde zien. Bedrijven worden door minder regels zelden milieuvriendelijker.

Groot wild in Nederland is óók zaak van jagers & boeren

By   9 april 2014

Pamflet

Stichting Wise Use: groot wild in Nederland is óók zaak van jagers & boeren

Langbroek, 9 april 2014 – Vandaag organiseert Partij voor de Dieren een rondetafelgesprek over jacht en wildbeheer. Voor haar argumenten gebruikt Partij voor de Dieren de brief van Natuurmonumenten gebaseerd op de uitkomsten van de Groot Wild Enquête van Natuurmonumenten uit december 2013. De PvdD wil met de bijeenkomst aandacht vestigen op de uitkomsten van deze enquête waarin naar eigen zeggen veel burgers kiezen voor natuurlijke populatievorming en zich tegen preventief afschot van grofwild uitspreken.

De Stichting Wise Use, verder Wise Use, heeft de inhoud van de brief tot zich genomen en voelt zich genoodzaakt de onwaarheden uit de brief – voor een groot deel tegengesproken door eigen cijfers uit de enquête – aan de kaak te stellen. Daarnaast reageert Wise Use op de gang van zaken waarin het volgende opvalt:

  • Noch LTO, noch de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging zijn voor dit gesprek uitgenodigd. Dat is merkwaardig. KNJV is met 20.000 leden de grootste belangenbehartiger van jagers. Jagers geven uitvoering aan beheer van grofwild in Nederland. LTO is met 50.000 leden de grootste belangenbehartiger van grondbezitters in Nederland. Boeren ervaren direct de gevolgen van grofwild op hun gebieden. Boeren en jagers beheren samen nagenoeg het volledige buitengebied van Nederland, naar schatting zo’n 2 miljoen hectare.
  • Natuurmonumenten beheert iets meer dan 100.000 hectare: dat is iets meer dan 5% van het Nederlands buitengebied. 95% van het Nederlandse buitengebied is geen eigendom van Natuurmonumenten, maar van andere grondbezitters waaronder boeren, landgoedeigenaren en overheidsinstanties.
    Natuurmonumenten schijnt zich dit ook te realiseren. Zij heeft in haar enquête uitdrukkelijk gevraagd naar het beheer in haar eigen gebieden onder de vraagstelling: ‘Hoe wilt u dat Natuurmonumenten wilde dieren in haar gebieden beheert?’ In de brief doet Natuurmonumenten echter uitspraken over het gehele oppervlakte van het Nederlandse buitengebied.

De reactie van Wise Use op onderdelen van de brief kunt u hieronder lezen. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Wise Use via www.wiseuse.org.

Bijlage

In de brief die Natuurmonumenten stuurde, baseert zij zich op uitkomsten uit de Groot Wild Enquête. Zij concludeert in de brief onder andere dat:

a) ‘Mensen sterfte bij wilde dieren door voedselgebrek acceptabel vinden op voorwaarde dat boswachters dieren die uitzichtloos lijden afschieten.’

Wise Use vindt dit een understatement. De Groot Wild Enquête laat zien dat 67% van de achterban van Natuurmonumenten voorstander is van het schieten van dieren als deze ernstig lijden. (C1, tabel 3, pagina 6)
pamflet1
Daarnaast leest Wise Use nergens in de enquête dat dit beleid door boswachters moet worden uitgevoerd. Zowel vrijwillige jagers als betaalde jagers in dienst van terreinbeherende organisaties zoals de Landschappen, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten hebben allemaal dezelfde opleiding gehad bij Stichting Jachtopleidingen Nederland.

b) ‘Mensen zijn tegen preventief afschot van dieren om de verkeersveiligheid te vergroten of schade in de landbouw te verminderen.’

De stelling dat de natuur dit bepaalt lijkt in tegenspraak met de uitkomst dat de meerderheid van de achterban (57%) vindt dat wilde dieren mogen worden geschoten. (C4, tabel 8, pagina 11)
pamflet2
Meer dan 45% van de achterban van Natuurmonumenten vindt bovendien dat wilde dieren mogen worden geschoten als er genoeg van zijn en het wild geconsumeerd wordt (26% neutraal, 29% tegen). (C4, tabel 3, pagina 7)
pamflet3
c) ‘Mensen laten het liefst de natuur bepalen hoeveel dieren in een gebied kunnen leven.’

In de enquête komt inderdaad naar voren dat 57% tegenstander is van het preventief schieten van dieren om schade aan landbouw, recreatie of andere belangen te voorkomen. Alternatieven zouden volgens de achterban van Natuurmonumenten zijn:

  • geboortebeperking door anticonceptie (32%)
  • vangen en verplaatsen (47%)

Wise Use vindt deze alternatieven regelrecht in strijd met de uitspraak van Natuurmonumenten dat de natuur haar gang moet gaan. Anticonceptie en vangen & verplaatsen is onverkort ingrijpen in het natuurlijk gedrag van een dier door menselijk handelen.

d) ‘Uit de achterbanraadpleging hebben we gehoord dat we alles op alles moeten zetten om vooraf schieten van dieren te voorkomen.’

pamflet4
Wise Use ziet deze conclusie niet bevestigd door de uitkomsten van de enquête. Integendeel. In minstens twee grafieken (C1, vijfde tabel, pagina 6 en C1, eerste tabel, pagina 7) komt naar voren dat de achterban uitermate genuanceerd denkt over preventief afschot. Slechts een minderheid is tegenstander van de stelling.
pamflet5
In de enquête komt Natuurmonumenten inderdaad met alternatieven zoals het scheiden van natuurgebieden en landbouwgebieden door hekken en het toedienen van anticonceptie.

Wise Use wijst hier graag op het feit dat alle inheemse dieren in Nederland in principe beschermd zijn en dat men daarom niet zomaar delen aan hun leefgebied kan onttrekken door het plaatsen van hekken.

e) ‘Dierenwelzijn is in de discussies een belangrijk thema. Daarom zou het goed zijn wanneer dierenwelzijnsorganisaties een vertegenwoordiging in Faunabeheereenheden krijgen.’

Wise Use pakt de enquête van Natuurmonumenten erbij en vindt deze conclusie niet bevestigd door de achterban (C5, eerste tabel, pagina 12). De achterban spreekt zich uit voor een commissie waarin alle belanghebbenden in gelijke mate vertegenwoordigd zijn. Uit de enquêteresultaten spreekt dat de ‘organisaties die het best kunnen besluiten’ moeten meebetalen (C5, tweede tabel, pagina 12). Voor dit standpunt horen wij Natuurmonumenten geen lans breken.

Wise Use wijst u op een citaat van natuureconoom Tom Bade, een veelgevraagd spreker, in het interview ‘Jagers moeten duidelijk maken dat ze een maatschappelijk belang dienen’ in De Nederlandse Jager, nr. 6 2014.

‘Als de herten de bollen van boer Bintje opvreten, geef boer Bintje het recht op afschot. Als er iemand vindt dat zoiets niet mag, dan betaalt hij alle schade aan boer Bintje. Neem die enquête van Natuurmonumenten, als de leden tegen afschieten zijn, makkelijk zat, dan betalen die leden, niemand anders, alle schade die geleden wordt. Je kunt niet zeggen ‘wij willen niet dat er herten geschoten worden en boer Bintje kan verrekken.’

f) ‘De onafhankelijke voorzitter zou geworven moeten worden op basis van een door Provinciale Staten vastgestelde profielschets.’

Wise Use sloeg de statuten van FBE Noord-Holland er op na. Op pagina 5 staat dat vermeld dat ‘niet één der onder a bedoelde organisaties afhankelijke persoon als voorzitter van bestuur zal optreden’. Onafhankelijkheid maakt dus reeds onderdeel uit van de procedure.